« Ga terug naar de afbeeldingen van het thema De Surinaamsche Courant
Er bestaat - nog steeds - verwarring over de Surinaamsche Courant die in de achttiende en een groot deel van de negentiende eeuw in diverse gedaantes en met diverse titelvarianten verschijnt en door een hele rits drukkers gedrukt wordt, zowel achtereenvolgens als tegelijkertijd. Michiel van Kempen en Hugo Enser hebben recent enige opheldering verschaft over de wirwar aan negentiende-eeuwse edities ('Surinaamse kranten en hun vindplaatsen, 1774-2000', in: Oso, jrg. 20, nr. 2 (2001), pp. 263-286; ook online via www.dbnl.nl)
De overgeleverde exemplaren (zie onder Onderzoek) en het overzicht van Van Kempen en Enser maken een reconstructie mogelijk van de edities en de drukkers/uitgevers van de Surinaamsche Courant in de achttiende en negentiende eeuw.
Het verhaal van de Surinaamsche Courant
door Angelie Sens
Het verhaal begint in 1774 als op 10 augustus De Weeklyksche Woensdaagsche Surinaamse Courant (WWSC, 1774-1790) verschijnt. Drukker/uitgever Wolphert Jacob Beeldsnyder Matroos (1742-1793) verkoopt de krant in 1776 aan Nicolaas Vlier. Als Vlier in 1781 overlijdt, gaat de drukkerij over op zijn vrouw Sara Johanna de Beer, die onder de naam 'Weduwe N. Vlier' de zaken voortzet. Als in 1786 haar tweede man Jsaac Tresfon jr. overlijdt, gaat ze verder als 'Weduwe J. Tresfon jr.'.
In 1790 start de weduwe Tresfon jr. een nieuwe titel: De Surinaamsche Courant (1790-1795), die we als voortzetting van De Weekelyksche Woensdaagsche Surinaamse Courant kunnen beschouwen. Enkele jaren later verschijnt deze niet één maar twee keer per week, op woensdag en zaterdag. In november 1792 is er kennelijk aanleiding om de krant bij collegadrukker J.P. Lemmers te laten drukken. Op basis van het geringe aantal bewaarde exemplaren is niet na te gaan of dit eenmalig is of voor langere tijd.
In augustus 1792 neemt W.W. Beeldsnijder de drukkerij van Willem Hendrik Poppelmann over, die sinds 1785 elk donderdag De Surinaamsche Nieuwsvertelder uitgeeft. Beeldsnijder wijzigt nog geen jaar later de titel in Weeklyksche Surinaamsche Courant (WSC), waarvan nummer 1 op donderdag 4 juli 1793 verschijnt en waarschijnlijk tot 1797 bestaat.
Het is ook W.W. Beeldsnijder die vanaf 1797 de op dinsdag en vrijdag verschijnende Surinaamsche Courant en Algemeene Nieuwstijdingen (1797-1805) voor zijn rekening neemt. Aannemelijk is dat deze weer de opvolger is van zijn Weeklyksche Surinaamsche Courant. Als Beeldsnijder rond 1800 overlijdt neemt Jul.C.O. Engelbrecht de Surinaamsche Courant en Algemeene Nieuwstijdingen over. In 1805 verandert Engelbrecht deze titel in Surinaamsche Courant / The Surinam Gazette (zie hieronder).
Sara de Beer, alias de weduwe Isaac Tresfon jr., is na 1800 verantwoordelijk voor de uitgave van nog twee couranten: de op donderdag verschijnende Bataafsche Surinaamsche Courant (1804-1806) en de op maandag verschijnende Binnenlandsche Surinaamsche Courant (1804-1809), beide getooid met de spreuk van Vergilius: 'Labor improbus omnia vincit' ('Noeste arbeid overwint alles').
Na de komst van de Engelsen in 1804 worden de couranten in Suriname tweetalig, Nederlands (linkerkolom) en Engels (rechterkolom). Bij de Surinaamsche Courant / The Surinam Gazette (1805-1814) komt dit ook in de titel tot uitdrukking. Zoals hiervoor reeds gezegd is Jul.C.O. Engelbrecht in 1805 de eerste drukker/uitgever van deze courant, die enkele jaren later wordt overgenomen door L.J. Rens & Comp. Tot 1814 zijn de drukkers achtereenvolgens Rens & Soulage, Rens & Fuchs (1812-1813) en C.J. Fuchs (1814). Fuchs doopt deze courant in 1814 om in de tot 1816 tweetalige Surinaamsche Courant. Als Fuchs in 1825 overlijdt, nemen zijn erven de drukkerij en de courant over. Deze blijft nog tot eind 1842 twee keer per week op dinsdag en vrijdag verschijnen, maar wel met tussentijdse titelwisselingen. In 1829-1830 heet deze editie namelijk Surinaamsche Krant, om tot 1 januari 1834 onder de oude titel door te gaan. Vanaf die datum wordt de courant omgedoopt tot Nieuwe Surinaamsche Courant en Letterkundig Dagblad, en vanaf 1835 weer tot Surinaamsche Courant / Letterkundig Dagblad, nog steeds uitkomend op dinsdag en vrijdag.
Terug naar 1804. In dat jaar komen we namelijk ook Jacob Voegen van Engelen (1755/6-1804?) tegen als drukker/uitgever van een andere, nieuwe Surinaamsche Courant. Na zijn overlijden, waarschijnlijk begin van dat jaar, koopt L.E.A. Heyman zijn drukkerij in april 1804. De courant verschijnt twee keer per week, op woensdag en zaterdag. Heymans activiteiten als drukker/uitgever zijn van korte duur. We komen zijn naam na 1804 niet meer tegen.
In 1805 neemt C. J. Karsseboom de drukkerij van Heyman over. Karsseboom neemt in 1805-1806 en waarschijnlijk ook in het daarop volgende jaar de honneurs waar met zijn Surinaamsche Courant op de woensdag en de zaterdag.
A.T. Bordas drukt, ook op woensdag en zaterdag, in de jaren 1808-1809 de Surinaamsche Courant. Ook hier is kennelijk sprake van een overname.
P.L. de Rives neemt begin april 1809 de courant over van Bordas, die tot 1813 zijn drukkerij behoudt. Ook De Rives' bemoeienis met de uitgave van de Surinaamsche Courant is geen lang leven beschoren.
H.J.G. Serres neemt ergens in 1810 de Surinaamsche Courant over van P.L. de Rives.
In 1811 zijn er dus minstens drie drukkerijen actief, alle met een privilege: Serres met zijn op woensdag en zaterdag verschijnende Surinaamsche Courant, Rens & Soulage met hun op dinsdag en vrijdag verschijnende Surinaamsche Courant / The Surinam Gazette en A.T. Bordas en Comp., van wie we niet zeker weten of hij op dat moment een courant uitgeeft. Het zou zo kunnen zijn dat hij vanaf of zelfs al voor 1811 de Geprivilegeerde Surinaamsche Courant uitgeeft.
In elk geval nemen Worsdell en J. Brink in 1813 de drukkerij van Bordas over. Hun op maandag en donderdag verschijnende Geprivilegeerde Surinaamsche Courant wordt niet lang daarna voortgezet door alleen J. Brink, ook nadat Suriname weer in Nederlandse handen is. Na het overlijden van Brink in 1825 zetten zijn erven deze titel voort (1825-1829) en in 1830 wordt deze veranderd in Surinaamsche Courant.
In 1817 staat de drukkerij van Serres te koop en de gezusters Henriette Isabella en Catharina Louisa Serres worden de nieuwe eigenaren. In 1818 starten zij met hun Surinaamsche Courant, die tot 1843 zal bestaan.
Er zijn dus drie 'lijnen' van bladen met de titel Surinaamsche Courant, die elk afzonderlijk genummerd worden, die bij verschillende drukkerijen worden gedrukt en die elk twee keer per week verschijnen, de een op dinsdag en vrijdag, de ander op woensdag en zaterdag en de derde op maandag en donderdag. Surinaamse lezers beschikken dus zes dagen per week over een courant.
In 1828 komt er een vierde 'lijn' bij. In dat jaar verschijnt er namelijk wéér een nieuwe Surinaamsche Courant. Deze editie is van drukker/uitgever J.J. Engelbrecht (hoogstwaarschijnlijk de zoon van Jul.C.O. Engelbrecht) en komt ook twee keer per week uit, op zondag en donderdag. In 1848 gaat deze Surinaamsche Courant op in de Surinaamsche Courant (en) Gouvernements Advertentieblad (1848-1885) en wordt al snel overgenomen door drukker/uitgever J.C. Muller Az. Zijn erven zetten deze in 1885 voort als Surinaamsche Courant sec. De laatste drukker/uitgever van deze courant is J.L. Engelbrecht (tot 1888).
Waarmee nog niet helemaal een einde is gekomen aan een krant met 'Surinaamsche Courant' in de titel. Op 30 juni 1892 namelijk verschijnt de Nieuwe Surinaamsche Courant van Theophilus Libertador Ellis. Ook deze verschijnt twee keer per week, op zondag en donderdag. Als de krant in 1912 ophoudt te bestaan, is er echt een einde gekomen aan de Surinaamsche Courant.