« Ga terug naar Uitgelicht - Personen

Behr, Abraham (Bram) Maurits
Willemstad, Curaçao 18 januari 1951 - Paramaribo 8 december 1982


Behr, Abraham (Bram) Maurits
Bram Behr schrijft vanaf 1970 voor de Rode Surinamer, een blad dat vooral gericht is tegen het onrecht veroorzaakt door 'Koloniaal Imperialisme'. Hij is sociaal bewogen en neemt het met name op voor de arbeider en zijn werkomstandigheden. Ondanks tegenwerking van de overheid, waarbij meerdere malen zijn drukpers in beslag worden genomen, gaat hij onverstoorbaar door met zijn strijd. Later zal hij zijn eigen krant Mokro (moker, hamer) uitbrengen. Ook onder het militair regime oefent hij felle kritiek uit op de wantoestanden en onrechtvaardigheden die er in het land heersen. Behr wordt meerder malen opgepakt en tijdens verhoren hard aangepakt door de Militaire Politie. Op 8 december 1982 wordt hij, slechts 31 jaar oud, door de militaire machthebbers mishandeld en doodgeschoten.

Bram Behr, geboren op Curaçao, groeit op in Suriname. In zijn jonge jaren is hij violist in het Philharmonisch Orkest. Anders dan vele van zijn leeftijdgenoten vertrekt Behr niet naar Nederland voor verdere studie. Hij is al heel jong politiek geëngageerd en ziet in Suriname zijn roeping te werken aan de emancipatie van de onderdrukte mens. Hij wordt een van de meest uitgesproken figuren van de activistische journalistiek in Suriname. Als journalist, fotograaf, filmer, grafisch ontwerper en drukker ligt zijn publicistische werk altijd in het verlengde van het aanklagen van onrecht en bepleiten van rechten en belangen van arbeiders, kleine landbouwers, vrouwen en andere achtergestelde groepen. Hij heeft een ascetische neiging en in zijn activisme neemt hij nadrukkelijk afstand van rijkdom en de genoegens van een carrière. Hij laat zich, gelijk de toenmalige tijdgeest, inspireren door het socialisme, communisme en revolutionaire bewegingen in Latijns-Amerika en elders in de wereld. Hij schrijft niet alleen artikelen, maar ook korte verhalen, maakt filmreportages en vele foto's.

Bram Behr wordt wiskundeleraar en gaat activistisch aan de slag in het bauxietstadje Moengo, in het oosten van Suriname. Hij begint daar de krant Kofu die nieuws en commentaren brengt over het leven van de bauxietarbeiders en andere dorpsbewoners.
Behr is in 1970 een van de oprichters en redacteuren van het in Paramaribo uitgegeven weekblad de Rode Surinamer, dat zoals de naam het al zegt, de stem van de anti-koloniale en anti-kapitalistische Surinamers vertolkte. Behr heeft ook enige maanden in Nickerie gewoond en aldaar met het weekblad Volksrecht de zaak van de lokale bevolking bepleit.

Na een conflict bij de Rode Surinamer richt Behr in 1979 het weekblad Mokro op. Ook publiceert hij korte tijd Verzet!, een dagelijks pamflet dat de Bomika-onderofficieren steunt in hun strijd om vakbondsrechten. Korte tijd na de staatsgreep van 25 februari 1980 keert Behr zich met Mokro tegen het militaire bewind van Desi Bouterse. Hij keert zich met name tegen de vele mishandelingen en de perscensuur. Op persconferenties irriteert hij, zichtbaar op de televisiecamera's, bevelhebber Bouterse door zijn vele kritische vragen.

Een hoogtepunt in zijn werk als onderzoeksjournalist is de journalistieke ontmaskering van de moord op de landbouwer Deta Mahesh door de Militaire Politie. Hij schrijft de brochure Terreur op Uitkijk, dat de ongekende oplage van meer dan 10.000 exemplaren kent. Behr doet zich voor als militaire fotograaf en verschaft zich zo toegang tot het mortuarium. Zijn foto's van het lijk van Mahesh laten de schotwonden zien en laten er geen misverstand over bestaan: de landbouwer is in koelen bloede geëxecuteerd. De daders moeten worden veroordeeld. Op 7 april 1982 wordt Behr gearresteerd en zijn drukpers in beslag genomen door de Militaire Politie. Na brede protesten en kundig juristenwerk van zijn advocaat Kenneth Gonçalves wordt Behr vrijgelaten en krijgt hij zijn drukpers terug.

Op 8 december 1982 is Behr een van de vijftien slachtoffers van de decembermoorden. Mokro wordt evenals andere onafhankelijke kranten en radiostations verboden. Volgens het getuigenis van de toenmalige onderbevelhebber Roy Horb, ooggetuige van de moorden, heeft Behr in het Fort Zeelandia, in het aangezicht van het tribunaal onder leiding van Bouterse en het vuurpeleton, zijn aanstaande moordenaars aangeklaagd. "Dit is fascisme, dit is moord", roept hij hen toe.
Bram Behr liet vrouw en drie kinderen na.


Tekst: Henry Does