« Ga terug naar Uitgelicht - Thema's

Een dieptepunt in de geschiedenis van de pers in Suriname

Verslag van de branden van 7 op 8 december 1982

Tekst en foto's Stuart Menckeberg
Hij was van 1975 tot november 1982 hoofdredacteur van het weekblad Pipel.


Het was al maanden gespannen en onrustig in Suriname en de laatste weken van november was de spanning bijna te snijden.
De militairen bleken duidelijk niet van plan de beloofde verkiezingen te houden en de macht op te geven.
In die sfeer had de redactie van Pipel na een lange vergadering besloten voorlopig te stoppen met publiceren. Dit gebeurde na Pipel-nummer 338 van 19-26 november. Behalve de algemene gespannen sfeer, waren het vooral de alarmerende berichten die we binnenkregen die ons tot dit besluit brachten.

Dit was de situatie op 7 december 1982. In de vroege ochtend, drie of vier vier uur geloof ik, ging de telefoon: er waren zware knallen gehoord en er scheen brand te zijn in het stadscentrum. In het noorden van de stad, waar wij woonden, was daarvan niets te horen geweest. Ik trok er meteen op de brommer op uit om bij de drukkerij poolshoogte te nemen. De krant was gestopt, maar de drukkerij was nog in bedrijf. De drukkerij bleek ongeschonden, maar van daaruit kon ik naar het noorden toe een grote brand zien, richting Nassylaan, Gravenstraat. Het bleek in de Nassylaan en het waren de kantoren en de drukkerij van de Vrije Stem die in lichterlaaie stonden.

Radiostation ABC
De brand was uitslaand en er viel duidelijk niets meer te redden. De brandweer was trouwens nergens te bekennen. Een van de omstanders vertelde dat enkele militairen in een jeep op het gebouw hadden geschoten, waarna meteen een enorme vuurzee ontstond. Iemand vertelde dat er ook brand was in het Moederbondsgebouw en Radio ABC. Snel schoot ik twee foto's en sprintte door naar Radio ABC, waar dezelfde situatie heerste: uitslaande brand en geen brandweer, alleen met stomheid geslagen omstanders.
Later zou bekend worden dat de brandweer opdracht had om niet te blussen! Die opdracht kwam van het Militair Gezag en er is een geluidsopname van de communicatie tussen de brandweercommandopost en de wagens in het veld.
Op goed geluk maakte ik opnamen van het inferno en stoof door naar de Coppenamestraat, waar het hoofdkwartier van de Moederbond stond. Toen ik aankwam was het gebouw al een woedende vuurzee. Ook hier hetzelfde verhaal: Militairen in een jeep, een schot, een doffe knal en meteen alles in lichterlaaie.
De doffe knallen moeten op flinke afstand gehoord zijn en bleken uit informatie die later naar buiten kwam veroorzaakt door brandgranaten, die enkele weken eerder in Venezuela waren besteld.
Op het trottoir tegenover het Moederbondsgebouw stond de brandweer, zwaailichten nog aan, werkloos toe te kijken.
Hier hoorde ik dat ook het radiostation Radika in brand was geschoten. Het begon intussen te schemeren en het leek beter daar nu niet met een camera heen te gaan.

Later die dag werd bekend dat de militairen zestien personen, journalisten, advocaten en vakbondsleiders hadden opgepakt.
We zouden een dag later weten welk wreed lot hen uiteindelijk getroffen heeft.

Alle kranten kregen een verschijningsverbod, uitgezonderd de Ware Tijd die onder censuur moest doorpubliceren.