« Ga terug naar Uitgelicht - Thema's
Tekst en foto's Stuart Menckeberg
Hij was van 1975 tot november 1982 hoofdredacteur van het weekblad Pipel.
Het was al maanden gespannen en onrustig in Suriname en de laatste weken van november was de spanning bijna te snijden.
De militairen bleken duidelijk niet van plan de beloofde verkiezingen te houden en de macht op te geven.
In die sfeer had de redactie van Pipel na een lange vergadering besloten voorlopig te stoppen met publiceren. Dit gebeurde na Pipel-nummer 338 van 19-26 november. Behalve de algemene gespannen sfeer, waren het vooral de alarmerende berichten die we binnenkregen die ons tot dit besluit brachten.
Dit was de situatie op 7 december 1982. In de vroege ochtend, drie of vier vier uur geloof ik, ging de telefoon: er waren zware knallen gehoord en er scheen brand te zijn in het stadscentrum. In het noorden van de stad, waar wij woonden, was daarvan niets te horen geweest. Ik trok er meteen op de brommer op uit om bij de drukkerij poolshoogte te nemen. De krant was gestopt, maar de drukkerij was nog in bedrijf. De drukkerij bleek ongeschonden, maar van daaruit kon ik naar het noorden toe een grote brand zien, richting Nassylaan, Gravenstraat. Het bleek in de Nassylaan en het waren de kantoren en de drukkerij van de Vrije Stem die in lichterlaaie stonden.

Later die dag werd bekend dat de militairen zestien personen, journalisten, advocaten en vakbondsleiders hadden opgepakt.
We zouden een dag later weten welk wreed lot hen uiteindelijk getroffen heeft.
Alle kranten kregen een verschijningsverbod, uitgezonderd de Ware Tijd die onder censuur moest doorpubliceren.