« Ga terug naar Uitgelicht - Kranten en Tijdschriften

De Banier van Waarheid en Recht, 1929-1936


Na een conflict verlaat Pieter Alexander May (1866-1948), meer bekend als PAM, in mei 1929 het nieuwsblad Suriname en begint op 2 juli 1929 een eigen orgaan De Banier van Waarheid en Recht, gedrukt bij H.B. Heyde, rond 1931 voortgezet als drukkerij Eben Haëzer.

Aanleiding voor PAM's vertrek bij Suriname is, in de woorden van Dina Sarucco (jongste dochter van J.C. Sarucco, die vanaf het begin bij de nieuwe krant betrokken is), het volgende: "Op een gegeven moment werd PAM gevangen genomen, hij had de gouverneur beledigd. Toen hij uit de gevangenis kwam, hadden ze hem opgewacht met een ruiker en tekst: 'Houdt de banier van waarheid en recht hoog'. May die niet verder kon werken bij de Suriname, richtte toen De Banier op." (Nadia Tilon, 'Achter de schermen van De Banier. In gesprek met Dina Sarucco', in: Mutyama (1992), p. 58)

De nieuwe krant verschijnt tweemaal per week, op dinsdag en vrijdag, later op woensdag en zaterdag. De Banier verklaart te "sympathiseren met de sociaal-democratische beweging" en is met een oplage van circa 700 exemplaren dé oppositionele krant in de jaren dertig. De Banier is de spreekbuis van de arbeidersklasse. Nieuws uit Nederland ontleent De Banier voornamelijk aan De Telegraaf.

May plaatst veel ingezonden stukken van arbeiders uit de districten in De Banier. Een van de bekendste is Bok Sark, een contractarbeidster van Javaanse herkomst, die in de periode 1932-1935 bekendheid krijgt met de 'Brieven uit de Commewijne', waarin felle bewoordingen de behandeling van Javaanse contractarbeiders aan de kaak wordt gesteld. De autoriteiten zijn er zeer gebrand op om achter de ware identiteit van Bok Sark te komen, maar zijn daar toentertijd nooit in geslaagd. In zijn boek Ik heb Suriname altijd lief gehad (2001) onthult Klaas Breunissen dat achter deze pennaam de Javaan Salikin Hardjo (1910-1993) schuilgaat, die op jonge leeftijd met zijn ouders naar Suriname is gekomen. Na zijn schooljaren is hij leerling-zetter op drukkerij H.B. Heyde, later Eben Haëzer, waar hij later de dagelijkse leiding krijgt. Hij heeft grote belangstelling voor de journalistiek en volgt de politieke debatten in Nederland en de groeiende nationale beweging in zijn geboorteland. Zijn artikelen gaan over de wantoestanden op de plantages, waarin hij zich voordoet als een vrouw van een Javaanse contractant.

In Nederland is de Communistische Partij Holland (CPH) een van de politieke partijen die het koloniale vraagstuk in de jaren dertig hoog op de agenda heeft staan. De Banier publiceert regelmatig stukken uit De Tribune, het orgaan van de CPH.
Sarucco, die bevriend is met Anton de Kom, neemt in 1932 contact op met CPH-voorman David Wijnkoop. In een brief van 7 maart 1932, waarin Sarucco zich voorstelt als medewerker van De Banier, uit hij de wens met Wijnkoop te corresponderen. En, voegt hij eraan toe, of Wijnkoop geïnteresseerd is in toezending van één of meerder exemplaren van De Banier (IISG, Archief D.J. Wijnkoop/Moskou.Annex)

In februari 1933, als Anton de Kom in Suriname is, komen arbeidersonlusten tot een gewelddadige uitbarsting, waarbij twee doden en 23 gewonden vallen. In een hoofdartikel stelt Sarucco de procureur-generaal aansprakelijk voor dit onnodige geweld. De Banier wordt scherp in de gaten gehouden door politie en leger en diverse malen vervolgd.

De inmiddels 69-jarige Sarucco wordt in 1935 veroordeeld tot vier weken gevangenisstraf wegens smaad en belediging van de procureur-generaal mr. Van Haaren. In zijn rubriek 'Wist U' blijft Sarucco het beleid van Van Haaren hekelen en stelt dat Van Haaren, voorzitter van de dierenbescherming, wel dieren beschermt, maar geen bezwaar heeft tegen het afbeulen van arbeiders.
Na zijn gevangenschap blijft Sarucco met De Banier doorgaan en schrijft hij de brochure Een schokkende strafprocedure (1935) die prompt in beslag wordt genomen. Uiteindelijk wordt de druk hem te zwaar.

In 1934 heeft May zich terug getrokken uit zijn krant, die overgenomen wordt door Sarucco. De oplage wordt verhoogd naar 1000 exemplaren, waarmee De Banier, na De West en De Surinamer, de derde grootste krant van Suriname wordt.

De Banier, 27 juni 1936
Op de voorpagina van De Banier van 27 juni 1936 verklaart Sarucco dat hij door de overheid wordt gedwongen om zijn medewerking aan De Banier te staken, anders zal hij worden vervolgd ".. wegens het beweren, dat het proletariaat door de Overheid wordt uitgebuit". Verder schrijft hij: "Met ingang van 1 Juli 1936 - de emancipatiedag van de slaven in Suriname - geef ik De Banier aan de eigenaar terug [..] en ik hoop, dat andere landgenooten zullen voortgaan in de strijd voor Waarheid en Recht, en de oogen openen om te weten wat vrijheid is en dat het noodzakelijk is, dat ieder een eigen meening hebben moet."

Zijn terugtreden betekent het einde van De Banier, maar zijn journalistieke gedrevenheid en sociale betrokkenheid kan hij niet verloochenen. Twee maanden later is Sarucco als uitgever en drukker betrokken bij de oprichting van het tweewekelijkse arbeidersblad Surinaamsche Volkskrant, dat is opgezet om De Banier te vervangen. Op 12 september 1936 verschijnt het eerste nummer.


Geraadpleegde literatuur:
Mutyama. Surinaams tijdschrift voor cultuur en geschiedenis, jrg. 3, nr. 4 (1992)
Hans Buddingh', Geschiedenis van Suriname (1995)
Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur (2003)
Ben Scholtens, Opkomende Arbeidersbeweging in Suriname (1986)