« Ga terug naar Uitgelicht - Personen
Findlay, David George Albert
Paramaribo, 27 maart 1913 - Paramaribo, 6 april 1982.
Na de Hendrikschool (MULO) gaat David Findlay werken bij de Griffie van het Hof van Justitie. In zijn vrije tijd schrijft hij in de jaren dertig stukjes voor het blad
De West, waarvan William Kraan uitgever en hoofdredacteur is. In 1937 vertrekt Findlay naar Curaçao, waar hij tot 1941 werkzaam is bij de Shell. In dat jaar vertrekt hij met de benodigde diploma's (de L.O.-akten Engels, Spaans en Frans) naar Aruba waar hij een baan in het onderwijs krijgt. In 1944 keert Findlay terug naar Suriname en gaat hij werken op de redactie van het blad
De West. Na het overlijden van hoofdredacteur/uitgever William Kraan op 31 december 1947 wordt Findlay hoofdredacteur, uitgever en eigenaar van het avondblad
De West. Vanaf 1 april 1950 verschijnt de krant dagelijks. Ruim drie decennia is Findlay een luis in de pels in het Surinaamse politieke en maatschappelijke krachtenveld. Als hoofdredacteur van
De West kan hij zijn persoonlijke opvattingen laten gelden in zijn krant. Hij is vaak zeer kritisch, vooral als hij vindt dat het landsbelang in het geding is. Vanwege zijn scherpe pen komt hij meer dan eens in conflict met zowel vriend als vijand. David Findlay is, met onderbrekingen, van 1946 tot 1969 lid van de Staten van Suriname en hij wordt in 1948 lid van de in dat jaar opgerichte Nationale Partij Suriname (NPS). Zijn krant
De West is in die jaren te beschouwen als spreekbuis van de NPS. Findlay spreekt zich via de krant steeds openlijker uit voor autonomie van Suriname. In 1952 neemt hij samen met Johan Adolf (Jopie) Pengel deel aan de Tweede Ronde Tafel Conferentie. Na een conflict met partijgenoot Jopie Pengel stapt Findlay uit de NPS en hij richt in januari 1955 de Surinaamse Democratische Partij (SDP) op.
De West voert nu fel oppositie tegen de NPS en Jopie Pengel, die als tegenwicht een eigen krant
Nieuw Suriname (1954-1967) opricht. Bij de verkiezingen in 1955 behaalt het Eenheidsfront - een samenwerking tussen de SDP, de Progressieve Surinaamse Volkspartij (PSV), de Partij Suriname (PS) en de Kaum Tani Persatuan Indonesia (KTPI) - een overwinning. Bij de verkiezingen van 1958 krijgt de SDP echter onvoldoende stemmen. De politieke macht komt in handen van zijn politieke tegenstander Jopie Pengel. De overheid besluit om alle regeringsabonnementen op het oppositionele blad
De West (Zie ook
De West ») te annuleren en geen overheidsadvertenties meer te plaatsen. Ondanks deze tegenwerking weet
De West zich als oppositionele krant te handhaven en bedraagt de oplage eind jaren zestig circa 7.000. Vanwege zijn kritische toon - De West bestempelt begin 1980 de acties van de opstandige militairen voor de staatsgreep als 'muiterij' - komt Findlay tijdens het militaire bewind herhaaldelijk in grote moeilijkheden. In de nacht van 25 op 26 februari 1980 wordt het kantoor en de drukkerij van
De West aangevallen en met granaten en machinegeweren zwaar beschadigd. Na deze gebeurtenissen onthoudt Findlay zich tot aan zijn dood in 1982 van politieke commentaren in zijn krant, uiting gevende aan zijn opvatting dat in een militaire dictatuur vrije meningsuiting niet kan gedijen. Op 6 april 1982 overlijdt David Findlay op 69-jarige leeftijd. Hij wordt begraven op Anetta's Hof aan de Coppenamelaan te Paramaribo. Waarnemend president Fred Ramdat Misier en de net aangetreden premier Henry Neijhorst zijn aanwezig bij de uitvaartdienst, evenals Jagernath Lachmon, Henck Arron, André Kamperveen en andere bekende figuren.
Werk van David Findlay
Naast zijn journalistiek en politieke werk heeft Findlay zich intensief beziggehouden met de bewoners van het binnenland van Suriname. Vanaf eind jaren veertig trekt hij regelmatig vanuit Albina, over de Marowijnerivier, het binnenland in waar hij zich bekommert om de gezondheid van marrons en inheemsen. Hij verdiept zich ook in de culturen van de verschillende bevolkingsgroepen. Hierover verschijnen regelmatig artikelen van zijn hand in De West. In september 1970 verschijnt Trio en Wayana Indianen in Suriname. Ander werk is Op zoek naar Posjoewara (1970), Onare (1971) en in 1975 De ontdekking van een Akoerio vrouw met twee kinderen in het oerwoud van Zuid-Suriname. In De geschiedenis van het Bagno van Frans Guyana (Paramaribo 1970) beschrijft Findlay het lot van de Franse gevangen en bannelingen in het buurland Frans Guyana.