« Ga terug naar Uitgelicht - Kranten en Tijdschriften

Koloniaal Nieuwsblad en Suriname, 1848-1971


Jubileumnummer van Suriname
Met zijn voorloper Koloniaal Nieuwsblad is Suriname zonder meer de langst bestaande krant uit de negentiende en twintigste eeuw. De eerste aflevering van het Koloniaal Nieuwsblad verschijnt in 1848 bij drukker/uitgever, redacteur Izak (of Jzak) Morpurgo (1828-1881) en zoals vrijwel alle negentiende-eeuwse kranten verschijnt het Koloniaal Nieuwsblad tweemaal per week.

In het eerste nummer dat op 1 januari 1848 verschijnt, richt de uitgever zich tot de lezers. Morpurgo hoopt veel lezers voor zijn blad te winnen en spreekt de wens uit ".. dat de Kolonie, zich opbeure, uit den staat waarin zij zich thans bevindt; dat zij eenmaal dien bloei weder bereike, die haar eene parel kan doen zijn, aan de kroon van Nederland!"

Met de toetreding tot de redactie van A.C. Wesenhagen en A.H. de Granada wordt per 1 januari 1871 het Koloniaal Nieuwsblad voortgezet als Suriname. Koloniaal Nieuws- en Advertentieblad. De naamswijziging weerspiegelt een mentaliteitsverandering: men neemt iets meer afstand van het behoudende kolonialisme en wordt zich bewust van de eigen Surinaamse identiteit, waarbij kritiek op het gouvernementele gezag niet langer wordt geschuwd. Vooral het conservatieve orgaan De Kolonist. Dagblad toegewijd aan de belangen van Suriname (1842-1872) moet het in de commentaren ontgelden.

In 1881 komt de oprichter Izak Morpurgo te overlijden en wordt zijn zoon David Simon Goedman Morpurgo (1847-1908) eigenaar van de krant. Over hem wordt beweerd dat hij zijn pen niet in inkt maar in gal doopte. Onder zijn bewind kwijnt de krant langzaam weg.
Als Harry J. van Ommeren in 1909 het bedrijf voor het symbolische bedrag van één gulden overneemt, ligt de oplage beneden de 100 exemplaren. Met de vervanging van de ouderwetse handpers voor een snelpers voor handmatige en machinale bewerking en een modernere typografie en grotere bladspiegel weet Van Ommeren de oplage binnen een paar jaar te vergroten. Ook inhoudelijk weet hij het blad te verbeteren en hij trekt belangrijke medewerkers aan als Bernhard Juda en P.A. May.

Van Ommeren is lid van de Nederlandse SDAP en voorstander van autonomie voor Suriname. Door zijn grote sociale betrokkenheid en zijn onafhankelijke opstelling komt Van Ommeren meerdere malen in conflict met het gouvernementele gezag.

Als Van Ommeren in 1923 overlijdt, neemt P.A. May de leiding van de krant over. Ook hij komt in botsing met het gezag en belandt in de gevangenis. Zijn medewerker Anton A. Dragten neemt tijdens zijn gevangenschap zijn functie waar.

In 1929 verlaat P.A. May het blad om een eigen orgaan te beginnen: De Banier van Waarheid en Recht (1929-1936). Opnieuw neemt A.A. Dragten de leiding van Suriname op zich. Ook onder zijn bewind ontwikkelt het blad zich in sociaal-democratische richting.

Vanaf de jaren dertig zwaait Johan Wijngaarde, later samen met zijn zoon Percy, de scepter over Suriname. Onder zijn leiding wordt de krant vanaf 1943 de spreekbuis voor het 'Baas in eigen huis' principe van de Unie Suriname. Deze beweging is niet, zoals in Nederlands-Indië, antikoloniaal gericht. Het streven is bestuurlijke onafhankelijkheid binnen het koninkrijk Nederland.
Na de oorlog krijgt Suriname een nieuwe ondertitel: Surinaams Nieuwsblad. In 1956 zien we weer een wijziging van de ondertitel in Algemeen Dagblad.

Thea Doelwijt (1938) wil na afronding van haar journalistieke opleiding in Nederland in Suriname werken. Ze schrijft in 1961 naar alle in Suriname verschijnende kranten. De enige die reageert is Percy Wijngaarde, hoofdredacteur van Suriname. Hij is zeer verheugd met haar komst. Hij heeft dringend een journalist nodig. In 1961 treedt ze tot de redactie toe.

Suriname, 13 oktober 1966 - bruikleen Thea Doelwijt
Doelwijt is een zeer waardevolle aanwinst voor de krant. Ze is nog geen jaar in Suriname of ze begint met een tienerpagina. Deze heeft zich in de loop van de tijd, onder verschillende namen, op een grote lezersdichtheid van vooral jongeren kunnen verheugen. Drie van de gevoerde titels zijn: 'Tieners.. Af dat masker', 'Tiener Pagina' en 'Wi foe Sranan' (Wij van Suriname).
Op de tienerpagina, die in de loop van de tijd wisselend op de donderdag en de vrijdag als bijblad van Suriname verschijnt, worden veel ingezonden artikelen van jongeren opgenomen. Thea Doelwijt wil vooral jongeren stimuleren zelf te gaan schrijven. Steevast heeft zij een scholier als medewerker.

'Wi foe Sranan', begonnen voor jongeren, maar allengs een platform voor beginnende Surinaamse schrijvers en dichters, is de eerste literaire pagina in een Surinaams dagblad en zal van oktober 1967 tot eind mei 1969 tweewekelijks onder die naam verschijnen.
In Suriname verschijnen de eerste korte verhalen van R. Dobru, een van Surinames bekendste dichters/schrijvers. Ook dichter/schrijver Jozef Slagveer en Alphons Levens (later een van de redacteuren van Pipel) maken in dit blad hun debuut.

Het lukt Thea Doelwijt het ietwat saaie en intellectualistische imago van Suriname om te buigen tot een ook voor jongeren acceptabele krant.

In 1971 houdt Suriname op te bestaan. Hoofdredacteur Percy Wijngaarde wordt consul-generaal in Georgetown, Guyana. Na de onafhankelijkheid wordt Wijngaarde ambassadeur van Suriname in Caracas, Venezuela. Zijn diplomatieke loopbaan beëindigt hij in 1980 als consul-generaal op de Nederlandse Antillen.