« Ga terug naar Uitgelicht - Personen

Slagveer, Josephus Hubertus Maria (Jozef)
Totness, Coronie 25 januari 1940 - Paramaribo 8 december 1982


Slagveer, Josephus Hubertus Maria (Jozef)
Slagveer gaat in Paramaribo naar de St. Paulusschool (MULO) en daarna naar de AMS (Algemeen Middelbare School). Op zijn zeventiende vertrekt hij naar Nederland, waar hij in Amsterdam met een Sticusa-beurs studeert aan het Werkcentrum van het Leketoneel en Creatief Spel. Ook in Amsterdam volgt hij de journalistencursus van het Instituut voor Perswetenschappen. Slagveer werkt voor het dagblad Trouw en krijgt van Sticusa een reisbeurs om voor de Haagse Post en Vrij Nederland artikelen te schrijven over Suriname.

In 1959 debuteert hij als dichter in de Dichtershoek van het Algemeen Handelsblad, zijn debuut in Suriname volgt in 1962 met poëzie in het blad Soela. In 1966 keert hij terug naar Suriname waar hij werkzaam is op de Hoofdafdeling Pers- en Voorlichting van het Ministerie van Onderwijs. Hij maakt later deel uit van de redactie van het tijdschrift Djogo en zijn poëzie verschijnt in Contour (1966). Als correspondent verzorgt hij een column in het weekblad de Vrije Stem.
Tussen 1967 en 1969 schrijft hij verschillende toneelstukken. Slagveer behoort in 1968 tot de oprichters van de Moetete-groep en is redacteur van Moetete. Aan het Centrum voor Kreatieve Expressie Suriname verzorgt hij toneelcursussen en hij leidt de STVS-Cabaretgroep. In 1968 wordt hij contactman voor het Cultureel Centrum Coronie en is hij tevens voorzitter van de Coroniaanse Stichting SECOC (Stichting Sociale en Culturele Ontwikkeling Coronie). Voor de Ware Tijd schrijft hij recensies.

Op radio Rapar zet hij het actualiteitenprogramma Actueel op, later voortgezet op radio Apintie. Slagveer wordt in 1971 ontslagen als regeringsvoorlichter vanwege de reportages die hij maakt over de boycott van Rudi Kross. Samen met Kross richt Slagveer in datzelfde jaar het Surinaamse persbureau Informa op. Ze richten een aantal bladen op, waarin Slagveer zelf ook publiceert: het gestencilde Informa Bulletin, het dagblad Aktueel (1973-1979) en Het Front, een "partizanenblaadje zonder partij" (Kross) dat op onregelmatige basis een half jaar bestaat vanaf 14 oktober 1972.
Voor het nieuws over Suriname neemt Informa een sleutelpositie in. Deze aandacht voor het eigen land leidt er mede toe dat ANP ook meer aandacht gaat schenken aan nieuws uit Suriname.

Bij de onlusten tijdens de stakingen van 1973 wordt Slagveer door de regering Sedney enkele dagen vastgezet. Als journalist schrijft hij opzienbarende onderzoeksverslagen als Heroïne vermoordt Paramaribo (1977) en Moord in Saramacca (1980). Het dossier Soemita (1977) bezorgt hem een proces, maar in hoger beroep wordt hij vrijgesproken.
In 1980 maakt hij de documentaire De nacht van de revolutie (1980) en in 1981 schrijft hij de korte roman Een vrouw zoals ik.

In 1980 adviseert Slagveer de militairen op het terrein van de publiciteit, maar hij stelt zich gaandeweg kritischer op. Jozef Slagveer wordt samen met veertien andere critici van het bewind in de nacht van 8 op 9 december 1982 vermoord in Fort Zeelandia. Hugo Pos brengt onder meer deze episode tot leven in zijn toneelstuk De tranen van Den Uyl (1988) waarin Slagveer een rol krijgt toebedeeld.


Bron: Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur